• Robby Cox

Granfondo Fränk Schleck 2021 - 3e keer beste keer

Updated: Sep 28, 2021


Afgelopen zaterdag was het dan eindelijk zo ver. Ik stond voor de derde keer aan de start van de Granfondo Fränk Schleck, met start en aankomst in het pittoreske Mondorf-Les-Bains. Mondorf staat bekend als kuuroord (vandaar "Les Bains"), bezocht door duizenden toeristen uit verschillende landen om daar fysiek en mentaal te herbronnen. Het is moeilijk te verklaren, maar op één of andere manier voel je die magie wel wanneer je aan de start staat van deze mooie Granfondo, en was er op een aantal vlakken geen betere plaats om als sporter, en ook weer een beetje meer als mens herboren te worden.

In principe was deze deelname een "souvenir" van Covid -19, het beestje dat mijn fietsplannen in 2020 compleet overhoop gooide, de 2020 editie van de planning veegde, en misschien ook wel aan de basis stond van mijn "transformatie" ten gevolge van wat gezondheidsperikelen. Om eerlijk te zijn heb ik tot februari serieus getwijfeld over de deelname. In principe stond de Granfondo Fränk Schleck ingepland voor eind mei, zoals het normaal gezien een traditie is. Omwille van de aanhoudende ups en downs van het Covid-virus werd de wedstrijd echter al in de vroege lente uitgesteld naar 25 september. Dat was voor mij op een bepaalde manier wel een verlossing, een signaal dat ik het effectief zou halen, om opnieuw te kunnen deelnemen.


De voorbereiding


Dankzij mijn opleiding tot personal coach kon ik mezelf als perfecte "casus" gebruiken. Door 5-6 maanden inactiviteit op sportief vlak was mijn basisconditie naar een absoluut belabberde toestand herleid en had ik in de winter al "de handdoek geworpen" wat betreft mijn sportieve ambities. Zowel fysiek als mentaal kon ik het nog moeilijk opbrengen en het heeft aan een zijden draadje gehangen, of ik had al mijn tweewielers gewoon verkocht. Na het "goede nieuws" van de verschuiving van het evenement besloot ik dan om toch terug op mijn fiets te gaan zitten om mezelf via fysieke activiteit een mentale boost te bezorgen. Het was die eerste maanden vooral aftasten en kijken wat mijn lichaam toeliet. Sommige ritten gingen vlot, andere ritten waren een hel. Punch zat er zeker niet in de benen en mijn hartslagen waren belachelijk hoog, ook bij zeer lage intensiteit. Ik moest in feite gewoon weer van nul beginnen. Toen mijn opleiding "personal coaching" begon te vorderen, besloot ik om m'n kennis om te zetten in een effectief trainingsplan, met als eerste grote doel de Schleck Granfondo. Het eerste dat er op de planning stond was een inspanningstest. Die legde ik bij Adlon (UHasselt) af, omdat ik via een kennis een geheime tip had gekregen, en omdat ik er ook niet heel veel geld aan wou spenderen. Die test werd op zich een zeer leerrijke ervaring, omdat ik voor de eerste keer een echt zicht had op mijn sportersprofiel en mijn drempels. Ook was het weer een mentaal "duwtje in de rug" om te horen dat ik over een grote motor beschik, die helaas sputterde en ik kampte met een heel snelle verzuring, omwille van het feit dat ik zo lang inactief was geweest en mijn lichaam toch wat te verduren had gekregen. Het goede nieuws was ook wel dat er ergens toch nog een stuk "basis" verborgen zat in mijn lichaam, als gevolg van het jarenlange sporten. Er was gewoon een gestructureerde opbouw nodig, waarop ik mezelf als personal coach in spé kon trakteren. Aangezien de inspanningstest plaatsvond op 2 juni en ik nog maar een maand echt aan het "trainen" was of iets aan het doen was dat daar op leek, was er een vrij intensieve en logische aanpak nodig om me op een acceptabel niveau te brengen. Om eerlijk te zijn is het gedeelte voeding nog steeds een werkpunt, maar ik wou ook niet meteen te veel veranderingen doorvoeren, omdat het op mentaal vlak toch weer een serieuze aanpassing vergde, waarbij ik mezelf bepaalde dingen moest opleggen. Dankzij het feit dat ik me de hele zomer in een transitiefase bevond op professioneel vlak, kon ik voldoende tijd vrijmaken om ook overdag trainingen af te werken. Dit hielp me om op een termijn van 8 weken een degelijke basis op te bouwen om dan in de maand augustus een intensievere fase van mijn trainingsopbouw af te werken.


Als tussentijdse test reed ik de Philipppe Gilbert Classic, die eigenlijk een beetje vroeg kwam, maar achteraf gezien ook weer een flinke stap voorwaarts was. Begin september werd het dan nog wat intensiever met hier en daar een extra intensieve duurtraining en wat gestructureerde interval-blokken. Twee weken vóór de Granfondo ging ik dan voor de eerste keer sinds 2019 nog eens naar het racecircuit in Zolder, om een snelheidstraining af te werken. Het is normaal gezien niet de bedoeling om een event voor te bereiden op een korte periode, maar dankzij het volgen van mijn eigen trainingsplan en het periodiek testen van FTP en het monitoren van andere indicatoren zoals hartslagen (ook in rust) kon ik mijn vormpeil continu verbeteren, zonder terugval, ook door het invoeren van voldoende rustdagen. De week vóór het event stond er dan "tapering" op het menu. Taperen is in principe gewoon bezig blijven, af en toe nog eens op de fiets zitten, zonder daarbij je benen te zwaar te belasten. Hoe lang je dit moet doen en of je toch niet af en toe eens een prikkel moet toevoegen, dat is een persoonlijk gegeven. De extra rust deed mijn lichaam op zich wel goed, en ik slaagde er in om een gezond voedingspatroon aan te houden.


Het avontuur


Vrijdagmorgen was het dan zo ver. Na de WK wedstrijd voor de junioren besloot ik te vertrekken naar Luxemburg. De ritten in de wagen zouden evenveel symboliek vertonen als de Granfondo zelf. Uiteindelijk moest dit event het definitieve einde zijn van een bepaalde periode, en een nieuwe start. Grappig genoeg moest ik de woensdag vóór de wedstrijd starten met een antibiotica-kuur om een vermoedelijke "lyme" te behandelen, net zoals dat het geval was bij het begin van mijn gezondheidsperikelen, in juli 2020. Net alsof twee teken hadden afgesproken om het begin en het einde van een tijdperk af te bakenen. Donderdagnacht had ik niet echt goed geslapen, of redelijk "gefragmenteerd" zoals mijn polshorloge aangaf. Ik voelde me dus niet echt super de vrijdag, dus besloot om te proberen in een rechte lijn naar Mondorf te rijden, zodat ik alles een beetje over me heen kon laten komen. Het was een beetje een twijfelachtig weertje in de voormiddag, waardoor ik de stand van de airco op "verwarmen" moest omschakelen, voor de eerste keer in een hele lange periode. Ik liet mijn gps de route bepalen, want dat doen die dingen nu eenmaal. Het gekozen traject liep via wat omwegen rond Luik richting Luxemburg over de "standaardverbinding", de E25. Ik herinner me dat hoe dichter ik bij het viaduct van Remouchamps kwam, hoe druileriger het werd en op een gegeven moment regende het zelfs. Waarom mijn gps mij via de E25 stuurde, terwijl ik er dan vóór de grens met Luxemburg terug afgestuurd werd en mijn fietsmakkers, die ook vanuit dezelfde regio vertrokken, via Namen gestuurd werden, dat zal me een raadsel blijven. Toen ik de afslag naar Remouchamps passeerde en de helling zag liggen waarmee ik altijd een haat-liefde verhouding zal hebben, overviel me een heel raar gevoel, waar ik stil van werd en dat me op één of andere manier vrij snel een aantal dingen liet relativeren. Ik zag een boeketje bloemen en even later begon ik aan mijn minuut stilte, ter nagedachtenis van een gebeurtenis die eerder dit jaar heel veel pijn veroorzaakte, het soort pijn dat je jezelf op de fiets onmogelijk kan bezorgen, zelfs niet op een helling als La Redoute. Het duurde even voordat ik terug alert en bij de zaak was. De E25 lag er ook verlaten bij aangezien de verbinding met Luxemburg "verstoord" was, dus even later moest ik er af en werd ik gedwongen om via de "echte Ardennen" naar Luxemburg te rijden, waarbij ik dan via de oude grenspost Luxemburg binnenreed, via "Petrol Avenue" zeg maar. Je passeert er gedurende een traject van 5 km alleen maar tankstations, een herinnering aan de tijd dat het nog echt de moeite was om een extra dieseltank in je auto te leggen en er een dagtrip van te maken om te gaan tanken in Luxemburg. Na een eerder onconventionele rit kwam ik dan ruim op tijd aan in Mondorf-Les-Bains. Wat me opviel was dat er eigenlijk nog geen spoor te zien was van wat er zich de dag erna ging afspelen. Tijdens de vorige edities had ik wel het gevoel dat je er veel vroeger al "sporen" van zag. Waarschijnlijk het gevolg van Covid en het feit dat de "return on investment" voor de organisatie geoptimaliseerd moest worden. We kwamen allemaal ongeveer op hetzelfde moment aan, zodat we onze verplichte pakketafhaling tijdig achter de rug hadden en de rest van de vrijdag een culinaire invulling kreeg. Na een avondje tafelen gingen we dan tijdig naar bed om voldoende nachtrust te hebben voor zaterdag. In tegenstelling tot tijdens mijn eerste deelname, lette ik toch op wat ik at, zodat de kwaliteit van mijn nachtrust ook in orde zou zijn. Wonderwel slaagde ik hier in. Ons hotel droeg de naam "La Dolce Vita", wat je ook wel kon merken aan de kwaliteit van de Italiaanse keuken de avond ervoor. Het ontbijt was op dat vlak iets soberder, maar in het hotelwezen is de buffetvorm nu eenmaal afgeschaft als gevolg van de "sanitaire maatregelen", zodat de administratieve formaliteiten meer werk zijn dan het klaarmaken van het ontbijt. Toch zaten er voldoende koolhydraten in en konden we ons stilaan opmaken voor de start. De kledingkeuze was een eerste moeilijk punt, alsof het al een voorbode was van wat er moest komen. We werden getrakteerd op een dikke laag mist, waar de toen nog flauwe herfstzon niet doorheen geraakte, zodat de temperatuur aan de lage kant was. Je wil natuurlijk vermijden dat je onderkoeld aan de start staat te wachten op het startschot. Dus besloot ik om een windblock vest aan te trekken en mijn armstukken te dragen. Je moet het achteraf kwijt geraken natuurlijk. Aangezien ik toch flink wat repen en gelletjes had meegenomen en traditiegetrouw mijn reserveband en materiaal samen met mijn gsm in mijn middenste zakje had weggestoken, ontbrak daar de ruimte voor. Voor het eerst stond ik ruim op tijd aan de line-up, zodat ik bij het openen van mijn leeftijdsvak helemaal naar voren kon doorschuiven. Nochtans denk ik dat de startpositie bij een Granfondo van 160 km ook niet overschat moet worden, maar dat de toestand van de benen cruciaal is. Aangezien alles een groot vraagteken was, moesten we dat even afwachten. Na een half uurtje wachttijd vertrok dan de eerste categorie en een drietal minuten later waren wij aan de beurt, tot mijn verrassing samen met de iets jonger leeftijdsblok. Op zich positief, aangezien een grotere groep sneller beweegt. Na 200 meter ontdekte ik dat ik de rit toch maar eens moest starten op mijn gps. In tegenstelling tot de eerste jaren besloot ik om niet te voortvarend van start te gaan, maar dat bleek niet meteen de juiste keuze. Al snel werd het tempo omhoog getrokken en ontstonden er scheurtjes tussen de verschillene groepjes, zodat het betere volk al op de eerste helling een redelijk afscheiding hadden. Mijn benen waren er ook nog niet klaar voor en de motor sputterde. Ik moest naar adem happen, mijn hartslaglampje sloeg donkerrood uit en ik slaagde er niet om in de dichte mist de laatste gaten te dichten. Het werde me al vrij snel duidelijk: ik had mijn start gemist.

Aangezien ik dit keer een toch wel kwalitatief hoogstaande bollide onder mijn gat had, een Trek Emonda SLR met schijfremmen, slaagde ik er wel in mijn PR te verbeteren op de afdaling richting Moezel.





Bij het links afslaan naar het lange rechte stuk echter merkte ik dat de snelle groep op een afstand van 250 meter hing en om dat de overbruggen moest ik over superbenen beschikken, wat ik niet had. Dus de keuze was snel gemaakt. Tussen die groep en mezelf zag ik nog bekend volk. Mijn fietsmakker had zich laten uitzakken om zijn eigen tempo te gaan rijden aangezien hij ook aanvoelde dat hij geen superdag had. Ik besloot de benen even stil te houden en aan te pikken bij een groepje dat vanuit de achtergrond terugkwam.

Het was een mix van snellere mannen van de oudere categorie en achterblijvers van mijn eigen leeftijdscategorie. Een leuke groep, die al snel aangroeide en een goed tempo ontwikkelde. We pikten Robin op en ik besloot in tegenstelling tot andere jaren mij vooral te beperken tot volgen, tot we aan het echte klimwerk zouden beginnen. Het lange vlakke stuk stelde me in staat om mezelf weer moed in te spreken en vooral om mijn hartslag terug te laten zakken en de bloedsmaak in mijn mond door te spoelen. Die eerste 17 km waren toch meteen een aanslag op mijn systeem en ik begon me stilaan af te vragen wanneer de benen definitief zouden blokkeren. Dit gebeurde echter niet maar ik kwam er stilaan door. Ik besloot om die eerste helling niet meteen aan te vallen, maar op een of andere manier vond ik er wel meteen mijn ritme op en door het feit dat we in een leuke groep terecht kwamen die zich gevormd had na het eerste steile stuk, leverde dit ook een PR op. PR's moet je in zo'n Granfondo altijd even met een korreltje zout nemen, want het hangt er allemaal van af hoe veel intensiteit je in een bepaalde klim steekt, of met welk volk je op pad bent. Het was wel een leuke vaststelling dat we op een gegeven moment het punt passeerde waar ik in 2019 voor de tweede keer lek reed, en mijn fiets nog altijd intact was. Mijn doel leek te kunnen lukken: zonder brokken over de meet geraken en met een referentietijd voor verdere edities te registreren. Om niet te ambitieus te zijn had ik voor mezelf een tijd van om en bij de 5 uren als tweede doel gesteld. Ook op dat vlak waren we redelijk op schema, maar door het feit dat we geen eigen bevoorrading hadden, moesten we sowieso wat tijd prijsgeven en vooral afscheid nemen van ons leuke gezelschap. Tot mijn grote verbazing moesten we een helling beklimmen die er tot nu toe nog niet in had gelegen, de "Konsdreferstrooss" naar het dorpje Bech. Robin ontwikkelde er een stevig tempo en kon een constante kadans aanhouden. Ikzelf had het op deze helling wat moeilijker om mijn ritme te vinden en moest regelmatig op de trappers gaan staan om ook wat andere spieren aan te spreken. Op zich ben ik sowieso niet iemand die kilometers lang vanop het zadel klimt. Hoewel we dachten dat we redelijk vlot omhoog reden, was het toch even ontnuchterend om te zien hoe de kopgroep een tempo had dat 9 km/u gemiddeld hoger lag. Maar goed, dat zijn andere maten en gewichten en realistisch gezien zat dat er dit jaar sowieso niet in. Na een minder momentje te hebben overleefd kwamen we na de afdaling aan de laatste klim voordat we afscheid moesten nemen van enkele lieden van ons mooi groepje, door de bevoorrading op 80 km. De klim van Beaufort ging ook nog relatief vlot, hoewel ik toen wel voelde dat de bevoorrading meer dan welkom was. Door te stoppen legden we ons sowieso neer bij een resultaat boven de 5 uren, omdat we naast de 7 minuten tijdverlies van de pauze ook een nieuwe groep moesten zoeken / vormen. Na een rijsttaartje, een beker vruchtensap en twee nieuwe bidons met vers water gingen we weer op pad. Wonderwel vormde zich al snel een leuk groepje, een mix van jong en oud. We namen ieder op z'n beurt wel eens de kop, hoewel ik me vooral beperkte tot volgen en sparen. Ik had niet het gevoel dat ik anders zonder zorgen aan de finish zou kunnen geraken. Bergop begon ik wel te voelen dat de benen steeds beter aanvoelden. Blijkbaar was het een goed rijsttaartje. Robin besloot een samenwerking te starten met twee oudere, pezige Duitsers om beurtelings kopwerk te verrichten. Na enkele klimmen en wat glooiende stukken kwamen we aan een iets steiler stukje dat uitmondde in een lang oplopend stuk. Daar merkte ik ineens dat we ons van de rest van de roep afgescheiden hadden en Robin er niet meer bijzat. Op de helling ervoor had ik al gemerkt dat hij stilaan moeilijkheden had.

Aangezien ik met twee jonge gasten opgescheept zat die een goed tempo ontwikkelden, besloot ik om met z'n drieën verder te rijden richting Mondorf. Daar we ongeveer hetzelfde tempo ontwikkelden, leek dat aanvankelijk ook wel te lukken en op één of andere manier zaten we nog op schema voor een tijd om en bij de 5 uren.


Toen we bij de afdaling van de Huettermuehle kwamen, draaiden we op een gegeven moment naar rechts voor de laatste rechte lijn naar beneden en verscheen er ineens een wondermooi panorama richting de Moezel en Duitsland. Op één of andere manier beleef ik dat soort momenten nu helemaal anders dan een aantal jaren geleden, en werd ik daar overvallen door een gevoel van rust, schoonheid en eenvoud, dat ik beneden kwam, volledig "zen" was en zoiets had van: "het is oké jongens". Wat ik vergeten was, is dat er dan nog 13 km af te leggen zijn, waarvan een lang uitgerokken "klim" met flink wat kilometers "vals plat" en asfalt dat er super uitziet maar net iets minder bolt. Ik liet mijn jongere gezellen hun ding doen en zonderde me af, iets verder op de achtergrond. Daarmee ging mijn gemiddelde wat omlaag en hoewel ik bij een groepje had kunnen aansluiten, dat vanuit de achtergrond voorbijkwam, hield ik het gewoon voor bekeken, om mijn eigen tempo aan te houden. Net op het moment dat ik me afvroeg hoe lang die ellendige straat nog ging blijven duren, reed ik door het dorpje Elleng (Ellange). Ik dacht: "yep". De benen waren zo goed als leeg, dus ik was heel erg blij dat het na Ellange zo langzaam vlak werd, naar beneden ging en er de afslag naar links richting Altwies en Mondorf was. Dat is het punt waar het einde stilaan in zicht komt en de spanning langzaam van de benen mag.

Je rijdt er een paar kilometer tussen weilanden, licht aflopend en een briesje in de rug. Je wordt als het ware terug naar Mondorf geblazen. Vanaf dan is het gewoon genieten, laten bollen en de pijlen volgen richting aankomst. Ik kan me voorstellen dat er een uur voordien redelijk gesprint werd, maar dat was bij mij zeker niet meer aan de orde, vooral ook omdat er niemand was om tegen te sprinten...

Mission Accomplished. Eenmaal over de meet nam ik m'n medaille in ontvangst, samen met een nieuw maskertje en een handendouche, zodat we de lokale Covid-maatregelen ook niet vergaten.


De terugreis en de praat achteraf


Na de aankomst moest ik even wachten op Robin, die toch een vijftal minuten achterop was geraakt en zichzelf liet uitnodigen voor een "foto-finish" spurtje tegen iemand uit Lommel, waarmee we tijdens de rit een beetje aan de praat waren geraakt. Ook dat maakt onderdeel uit van Granfondo's rijden: plezier maken en mensen leren kennen. Dat aspect zal tijdens de volgende editie zeker en vast ook op mijn verlanglijstje staan, maar aangezien ik al mijn krachten kon gebruiken voor de inspanningen onderweg, heb ik me op sociaal vlak redelijk gedeisd gehouden. Ik moet zeggen dat ik er ook emotioneel gezien iets meer van had ver

wacht maar in principe kwam ik met een redelijk voldaan gevoel over de finishlijn, gewoon al door het feit dat de derde keer echt wel de beste keer was, ondanks het feit dat ik de aansluiting kwijt was na een tiental kilometers. Door de dopamine en endorfine in mijn lichaam, het zonnetje aan de blauwe hemel en het prachtige decor voelde ik me wel best lekker, hoewel ik voelde dat ik op lichamelijk vlak toch wel wat van mezelf geëist had. Eten en drinken zat er niet meteen in, dus besloot ik om me te gaan omkleden, mijn chip in te leveren en naar huis te vertrekken, terug naar mijn kroost. Vreemd genoeg stuurde mijn GPS me via Bitburg naar huis. Aangezien dit het mooiste traject is, vond ik dat helemaal niet erg. Het was een adembenemende rit, net alsof het de bedoeling was dat er duidelijk een afscheiding moest zijn tussen het pré- en het post-Schleck tijdperk. Ik denk dat ik kan concluderen dat het een geslaagde trip was, dat ik er van genoten heb en dat ik best trots mag zijn op mezelf, voor het feit dat ik de dingen terug in eigen handen genomen heb op een gegeven moment, besloot om aan zelf-coaching te gaan doen en me te blijven concentreren op het doel dat ik voor mezelf gesteld had. Het is een teken dat hoe moeilijk de situatie ook is, er meestal wel een oplossing is, en dat je er met hulp van de juiste mensen en vooral van jezelf er wel weer uit geraakt. Dat besef geeft me op één of andere manier wat meer rust en vertrouwen, om de ingeslagen weg voort te zetten, maar ook op sportief vlak voorzichtig weer wat doelen te zetten op relatief korte termijn. Door het nogal compacte opbouwschema besef ik wel dat ik even een stapje terug moet zetten en een weekje rustig aan moet doen, om mijn lichaam te laten herstellen van deze inspanningen. Daarna volgt dan mijn opbouw naar een korte "piek" tijdens het cyclocross-seizoen. Wanneer ik er juist aan ga beginnen? Geen idee, de toekomst zal het uitwijzen. Misschien al volgend weekend, misschien ook pas half oktober. Het doet er niet toe. Ik ben terug sporter en ben van plan dat zo lang mogelijk te blijven. Voor de liefhebbers van de cijfertjes. Ik legde mijn Granfondo af in een tijd van 05:07 minuten met een gemiddelde snelheid van 31,3 km/u, verbrak nagenoeg al mijn PR's bergaf, maar ook enkele PR's bergop moesten eraan geloven. Qua power zat ik aan een gemidelde van om en bij de 210 NP. Op het vlak van hartslagzones reed ik 55% van de tijd in zone 4, 35% in zone 3 en de rest was mooi verdeeld over de overige zones. Door het feit dat ik gespaard bleef van mechanische pech of krampen was het op het vlak van tijdsregistratie ook mijn beste resultaat ooit met 05:14 minuten. Om onder de mensen te zitten moet je natuurlijk eigen bevoorrading voorzien en je start niet missen. Maar al bij al kan ik terugkijken op een tevredenstellende granfondo, en heb ik waarvoor ik kwam: een referentietijd en een idee op welke vlakken het beter moet en beter kan. Eind mei 2022 is het uiteindelijk weer zo ver, dus nog 8 maanden om ons voor te bereiden ;-).


55 views0 comments

Recent Posts

See All